Pages Menu
TwitterFacebook
Categories Menu

Gedichten

Ode aan Coornhert (Coornhet heeft in de 16e eeuw in de hoofdwacht gewerkt)

Het mooie Haarlem

is de stad waar jij je veilig voelt.

 

Je indrukwekkende felheid

geeft je vrienden en nog meer vijanden.

Waar je moet vluchten,

help je gevluchte zielen.

 

Vrije meningsuiting verliest haar vrijheid.

Het bewustzijn wil niet wakker geschud worden.

Het moet slapen, slapen…….

Je trekt en duwt aan de onrustige geesten,

ze draaien zich om en dromen verder.

Onbewust  wordt de corruptie,

het verval en de decadentie in dromen omarmt.

De wakkere macht jaagt de onruststoker de nacht in.

 

Omgeven door de sterren en planeten

zoek je je weg in overleg en tolerantie.

De maan draagt je ziel.

Het universum voedt je geest.

Trouw aan deze hulp schep je woord en beeld.

 

Voeten die je voetsporen volgen

willen recht doen spreken.

Het huis waar je ademt

wordt het schavot voor wie vlucht.

Voor wie trekt en duwt en een wet laat vallen.

Jouw adem vermengt zich met de adem van gevangenen.

 

De tijd haalt jou niet in,

want de tegenwoordige tijd is zo herkenbaar.

Jouw adem vermengt zich met

de adem van de dissidenten in onze tijd.

 

Spaarne

Stroomopwaarts vaart het kleine bootje door kleine,

Kabbelende watervertakkingen.

In de vroege avond overstemt het hoge krekelgezang

Het diepe motorgeronk

De kleine watervertakkingen vinden de weg

Naar de grote waterader.

Lief spaarne zonder jou kent het Haarlems hart

Geen overvloed

Het kleine bootje deint vrolijk op en neer;

Neus omhoog en in volle kracht vooruit.

In kracht, snelheid is het bootje een met de

Uitgestrekte ruimte en de op de Spaarne oevers

Opdoemende grachtenhuizen.

 

Qruqius – de stroomboot

 

Bij de monding van het Spaarne zwaaien de balansarmen

Van het stoomgemaal naar voorbijglijdende boten.

Plezierbootjes houden stuurboordwal,

terwijl de Stroomboot aanmeert

tussen de nieuwe theesmaak en de oude techniek

Hevige dorst wordt gelest en de fietser

Fietst verder door de drooggelegde Haarlemmermeer.

 

 

Als lakens konden spreken

 

Op de middelste plank in oma’s kast liggen de oude, gesteven, witte lakens van haar moeder.
Oma doet de lakens niet weg.
In de vezels van de inheemse wol liggen haar kind en puber herinneringen.
Iedere keer dat haar leven zich uitbreidt, verplaatst ze de lakens meer en meer uit het zicht.
Haar rug soms krom door zware lasten.
Gekleurde lakens, houten knijpers en een waslijn zijn een prima medicijn.
Genoeg om de wervelkolom weer op te rekken en fier rechtop te staan.

Oma heeft haar lippen verzegeld
er komt geen kwaad woord uit.
Soms zijn haar ogen omfloerst met een droevige mist.
Dan loopt ze naar haar grenen kast en verbergt haar gezicht in de strakke, witte, oude lakens.
Het lakenzegel straalt de kwaliteit van het leven in de donkere herinnering en oma klaart langzaam op.
Lakens spreken niet, maar ze praten wel met oma.

 

 

© Angela Bogaard 2010

Tommy

 

Ik verveel mijn kater met mijn woorden.

Hij reageert nooit op de inhoud.

De vormen van mijn woorden zijn verhalen

en mijn kater moet keer op keer gapen om zich

vervolgens loom uit te rekken op mijn buik.

 

Gisteren heb ik mijn trouwe kater begraven

en met hem een geschiedenis van 15 jaar.

 

© Angela Bogaard september 2011-09-01

 

Weerspiegeling 1

 

Vader Zon en Moeder Aarde dansen met elkaar tot de wolken uiteenvallen .

 

Een gouden, warme regen

spoelt het  menselijk verdriet van het zielenkleed.

 

Stormstriemen slaan niet langer in gezichten

Gebogen ruggen stapelen de wervels op tot een kaarsrechte ruggengraat.

Tussen Vader Zon en Moeder Aarde staat de zelfverwezenlijking

in de Heilige Tempel.

 

De straten stinken niet langer naar riool.

 

Weerspiegeling 2

 

In het bos wordt een vrouw omringd door schaduwen

Het groene tapijt draagt haar ronde heupen .

Haar schoot reageert als een ongeboren klaproos .

Langzaam opent de ruwe bolster met ragfijne stekels haar beschermende lagen.

De kleur rood schittert boven het gras.

Een enkele zonnestraal verbindt zich als  hemelse stampers met de bloem.

 

De vrouw richt haar blik naar binnen om een handvat voor het leven te vinden.

De duisternis die ze vindt verenigt haar met de dood.

 

Ze is alleen in de herinnering van het kolkende water.

De lichamen van haar man en kinderen verdwijnen een voor een naar de bodem van de zee.

Een graf van modder.

 

Zoals een vogel in vrije val de aardbol vergeet,

Zo verliest de vrouw in haar duizelingwekkende sprong haar vorm.

De deuren van haar hart worden vleugels.

Tijd en ruimte  smelten en dwarrelen als vlokjes in de oneindigheid.

 

Ruisende bladeren roepen de vrouw op om te gaan staan en haar weg te vervolgen.

Onder haar voeten breken takjes.

Haar ziel slaat het ritme van een rammelend skelet.

Het lijkt te willen zeggen : ‘je staat tussen het begin en het eind.

 

Weerspiegeling 3

 

Ergens op het strand verzamelt een man zijn witte legers.

Als een krijger verjaagt hij de innerlijke vijand.

 

Zijn ziel voelt de wond uit het verleden.

Blank – bijna volmaakt scherp en zonder bloed.

 

Eb verandert in vloed en  de  golven vechten mee..

 

Met een oerkreet splijt de man het hart van het monster in 2-en.

Hij voelt in zijn hart de levensboom.

 

Geen Adam

Geen Eva

Enkel wat er is.

© Angela Bogaard 2012

 

 

 

Ik ben niet van het stille strand

Geplaatst door on 13:04 in Angela Bogaard | Reacties uitgeschakeld voor Ik ben niet van het stille strand

Ik ben niet van het stille strand
Ik ren, de woeste golven zitten mij op de hielen
De wind waait schuimkopjes ver voor mij uit.
Ik sta stil, turend in de verte waar een groot vrachtschip
een indrukwekkend stipje aan de horizon is.

Wolken stapelen zich op, het wit wordt gevuld met grijs en zwart.
Ik ben niet van het stille strand waar een strakblauwe lucht, beige zandlagen en kabbelende golfjes
schreeuwende zeemeeuwen verwelkomen en waar ze luidruchtig dichterbij komen om de verse kibbeling te bemachtigen.

De gure wind bijt in mijn gezicht
Mijn lippen zoutig, mijn ogen spleetjes
Mijn oren gevuld met een machtig kabaal
De noordwesten wind zuigt de laatste stille resten op
En ik kom thuis in mijn eigen stilte

 

@ angela bogaard

https://www.facebook.com/pages/Dichters-Zonder-Tralies/673224412763933?fref=ts

 

Vrij

Geplaatst door on 13:00 in Angela Bogaard, Archief | Reacties uitgeschakeld voor Vrij

Met tralies
zonder tralies
Ik heb je lief

We kunnen dansen
op  sterren
Ons laten vallen
zonder te pletter te slaan
We kunnen zweven
onbegrensd
mens
lief
zij aan zij

 

© Angela Bogaard (voor wie onterecht opgesloten zitten)

Share This